Advocatenkantoor Nass

2 april 2019

Bankafschriften

Hier een geval waarin de CRvB erkende dat een persoon die bijstand had aangevraagd niet over bepaalde bankafschriften kon beschikken en de gemeente het verstrekken van bijstand niet op grond van het niet overleggen van die bankafschriften mocht weigeren.

Omdat betrokkene op die bankrekening langdurig rood stond, heeft de ABN AMRO-bank in 2011 door deurwaarder Dekker beslag laten leggen onder haar toenmalige werkgever, de bankrekening geblokkeerd en deze vanwege de openstaande schuld in handen gegeven van incassobureau Lindorff. Appellante had haar stelling onderbouwd met een brief van Dekker van 27 april 2011 met daarbij een verklaring derdenbeslag, een stuk van de ABN AMRO-bank, getiteld ‘Raadplegen totaaloverzichten contracten’ van 6 april 2016, waarin de naam Lindorff wordt vermeld en een brief van het incassobureau Lindorff van 19 juli 2017 met betrekking tot de bankrekening. In deze brief wordt aan appellante meegedeeld dat de vordering op dit moment nog € 1.289,19 bedraagt en dat vanaf 23 december 2007 geen dagafschriften meer zijn aangemaakt met een correct saldo. Appellante had hiermee aannemelijk gemaakt dat zij niet over bankafschriften van de bankrekening beschikte dan wel kon beschikken.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:833

Permanente link

29 maart 2019

Bankafschriften

Hoewel de belastingdienst meekijkt op alle bankrekeningen en informatie over verzwegen bankrekeningen de gemeente vaak via de belastingdienst bereikt, zijn bankafschriften geen bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens en kunnen deze dus niet worden verkregen uit bij ministeriële regeling aangewezen administraties.

Daarom mag een gemeente een aanvraag om bijstand buiten behandeling stellen als niet alle verlangde bankafschriften zijn overgelegd.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:953

Permanente link

29 maart 2919

Dwangarbeid en recht op gezinsleven en godsdienstvrijheid

Niet de persoon die bijstand heeft aangevraagd of ontvangt, maar het college, de gemeente, mag bepalen welke voorziening het meest geschikt is om het uiteindelijke doel, arbeidsinschakeling, dat zou moeten zijn begeleiding naar betaald werk, te bereiken. Daarbij moet het college maatwerk leveren en de grondrechten van betrokkene worden gerespecteerd. Tot die grondrechten behoren vrijheid van godsdienst en het recht op gezinsleven, waartoe ook een omgangsregeling kan behoren. Door betrokkene de verplichting op te leggen alle zaterdagen de gehele dag te werken (lees hier als je dat wil: dwangarbeid te verrichten), belemmert de gemeente de omgangsregeling, de omgang met de kinderen. Deze belemmering vormt een inbreuk op het gezinsleven van de bijstandsafhankelijke. Het belemmeren van moskeebezoek vormt een inbreuk op het recht op godsdienstvrijheid.

Naar het oordeel van de Centrale Raad van Beroep was in dit geval de inbreuk op zijn recht op gezinsleven en op zijn recht op godsdienstvrijheid niet noodzakelijk. Daarom mocht het college geen sanctie opleggen.

Afgaande op deze uitspraak is het denkbaar dat een dergelijke inbreuk wel toegestaan kan zijn als de gemeente aannemelijk maakt dat een dergelijke inbreuk op gezinsleven en/of godsdienstvrijheid wel noodzakelijk is.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:481

Zie ook: Verplicht onbetaald werken in het weekend?

Het opleggen van een verplichting om een baard af te scheren werd in de uitspraak hieronder, hoewel erkend werd dat dit een inbreuk was op het recht op godsdienstvrijheid, wel toegestaan, omdat deze inbreuk wel noodzakelijk werd geacht in verband met de noodzaak tot het dragen van een masker dat moest beschermen tegen asbestdeeltjes. Dat het hier ging om een voorziening gericht op arbeidsinschakeling was niet betwist en of dat het geval was kwam in deze uitspraak derhalve niet aan de orde.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:480

Permanente link

26 maart 2019

Verplicht onbetaald werken in het weekend?

Betrokkene had een re-integratietraject gevolgd bij een stichting. Daarna werd hij geschikt geacht voor bemiddeling naar werk bij een werkgever. Hij ondertekende een proefplaatsingsovereenkomst. voor de duur van twee maanden met behoud van uitkering voor minimaal 24 uur en maximaal 32 uur per week werkzaam zal zijn als schoonmaker in de horeca. Bij gebleken geschiktheid zou appellant aansluitend in aanmerking voor een arbeidscontract voor minimaal zes maanden, dus wel met loon, maar ook weer tijdelijk. Omdat hij niet in weekenden wilde werken heeft het college de uitkering voor een maand met 100% verlaagd.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de proefplaatsing van appellant met behoud van bijstand moet worden aangemerkt als een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in het vierde lid aanhef en onder h van artikel 18 van de Participatiewet.

Dat zou dus ook moeten betekenen dat hij verplicht was de proefplaatsingsovereenkomst te ondertekenen. 4.5 In de proefplaatsingsovereenkomst was bepaald dat de duur en het tijdstip van de werkzaamheden bij aanvang worden vastgesteld. Deze overeenkomst bevatte geen afspraken over werken in het weekend. Dat de werkgever appellant voorafgaand aan de proefplaatsing heeft meegedeeld dat het werk werd verricht verdeeld over zeven dagen in de week en dat appellant hieruit kon afleiden dat ook in het weekend werd gewerkt, heeft het college niet aannemelijk gemaakt. Daarom kon niet gezegd worden dat hij zijn verplichtingen niet was nagekomen en was er voor de gemeente geen grond voor het opleggen van een sanctie. Het lijkt er op dat dit anders geweest zou zijn als de werkgever of de gemeente hadden kunnen aantonen dat de werkgever of de gemeente vooraf had medegedeeld dat betrokkene ook in de weekenden had moeten werken of als deze verplichting ook in de proefplaatsingsovereenkomst was opgenomen. Omdat de proefplaatsingsovereenkomst is aangemerkt als een voorziening gericht op arbeidsinschakeling, was betrokkene ook in dat geval verplicht geweest deze te ondertekenen. De gemeente kan iemand die een bijstandsuitkering ontvangt of heeft aangevraagd dus wel degelijk verplichten ook in het weekend te werken bij wijze van voorziening gericht op arbeidsinschakeling.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:617

Permanente link